Leiderschap begint niet met spreken

Luisteren, asymmetrie en verantwoordelijkheid

Leiderschap wordt vaak verbonden met spreken: richting geven, besluiten nemen, uitleggen. In die opvatting is de leider degene die betekenis verleent en overzicht heeft. Maar er is een andere ingang mogelijk: leiderschap begint bij luisteren.

Niet luisteren als communicatietechniek, maar als een houding waarin je je eigen interpretatiekader tijdelijk opschort. Fenomenologisch gezegd: je probeert eerst te beschrijven wat zich aandient, voordat je het meteen verklaart of oplost.

Ontmoeting is geen uitwisseling

In veel professionele gesprekken werken we impliciet met wederkerigheid: ik luister naar jou, zodat jij naar mij luistert. Ik geef ruimte, opdat die ruimte ook terugkomt. Dat lijkt redelijk en “fair”.

Levinas zet hier een vraagteken bij. In zijn denken is de relatie tot de Ander niet primair symmetrisch. De Ander verschijnt niet als object van kennis of als thema in mijn bewustzijn, maar als aanspreking. Die aanspreking is niet vrijblijvend. Zij doet een beroep op mij, nog voordat er sprake is van gelijkwaardigheid of wederzijds contract.

Dat noemt Levinas asymmetrie.

Asymmetrie betekent hier niet: ongelijkheid in macht. Het betekent: de ethische orde begint niet bij ruil of balans, maar bij verantwoordelijkheid die mij treft zonder dat ik die eerst gekozen heb.

Het gelaat als grens aan mijn begrip

Bij Levinas is het “gelaat” geen beschrijving van fysieke kenmerken. Het gelaat staat voor de wijze waarop de Ander zich aan mij onttrekt als bezit of begrip. Het is een grens aan mijn neiging tot “grijpen”: de wereld en de ander plaatsen binnen wat ik al weet.

In dat gelaat ligt een impliciete normativiteit: de Ander is niet reduceerbaar tot mijn interpretatie. De Ander “spreekt” in de zin dat er een appel uitgaat: zie mij, erken mij, maak mij niet tot middel.

Dat heeft directe implicaties voor leiderschap, omdat leiderschap vaak gepaard gaat met duiden, kaderen en versnellen. De vraag is dan: wanneer wordt dat duiden een vorm van reductie?

Stilte als interventie

Als luisteren een ethische houding is, krijgt stilte een andere betekenis. Stilte is dan niet het ontbreken van woorden, maar een praktische manier om niet te snel te sluiten.

In organisaties wordt stilte vaak gelezen als twijfel, gebrek aan regie of onvoldoende daadkracht. Maar stilte kan ook functioneel zijn: als pauze die voorkomt dat de ander meteen wordt ingedeeld, geïnterpreteerd of “opgelost”. Stilte kan ruimte creëren voor precisie: wat wordt hier eigenlijk gezegd, en wat wordt er van mij gevraagd?

Daarmee wordt stilte een interventie. Niet als truc, maar als keuze: ik vertraag zodat het gesprek niet onmiddellijk een discussie, oplossing of beoordeling wordt.

Van gelijkwaardigheid naar verantwoordelijkheid

Dit alles betekent niet dat wederkerigheid of gelijkwaardigheid onbelangrijk zijn. Het betekent wel dat ze, in Levinas’ perspectief, niet het beginpunt zijn. Ze zijn eerder een tweede stap: belangrijk voor samenleven, rechtvaardigheid en samenwerking, maar niet funderend voor de eerste ethische beweging.

Voor leiderschap is dat relevant, omdat het de focus verlegt van “balans in de relatie” naar “antwoord geven op een appel”. Dat appel is niet altijd expliciet. Soms verschijnt het als kwetsbaarheid, als weerstand, als zwijgen, als iets dat niet in het format past.

De kernvraag wordt dan: kan ik de Ander laten bestaan als Ander, zonder hem of haar onmiddellijk te herleiden tot mijn agenda, mijn tempo of mijn gelijk?

Werkhypothese voor leiderschap: wie luistert vanuit deze asymmetrie, oefent gezag uit dat niet primair stuurt via woorden, maar via verantwoordelijkheid in de ontmoeting.

Kunst: Alberto Giacometti