De verschuiving van uitwisseling naar resonantie

Luisteren naar en luisteren met

Het onderscheid tussen luisteren naar en luisteren met is voor mij veel meer dan taal. Het wijst op een verschil in houding: van gericht verstaan naar gedeelde aanwezigheid. Het is het verschil tussen betekenis zo zorgvuldig mogelijk proberen te begrijpen, en ruimte openhouden voor wat zich nog niet laat afronden.

Wanneer ik spreek over luisteren naar, bedoel ik niet: iemand reduceren tot een probleem of informatiebron. Ik kan niemand beheersen, en dat is ook niet het verlangen achter luisteren. Het gaat mij om een eerlijke poging tot begrijpen, zo goed mogelijk, met aandacht voor nuance. Tegelijk weet ik dat begrijpen soms ongemerkt kan doorschuiven naar uitleg en afronding. Luisteren met is dan de correctie: aanwezig blijven zonder toe-eigening, en ruimte laten voor wat niet meteen in woorden past.

1. Luisteren naar: verstaan, ordenen, verhelderen

Bij luisteren naar staat het verstaan centraal. Ik luister om helder te krijgen wat iemand bedoelt, wat er speelt, waar de vraag precies ligt. Dat is in veel contexten noodzakelijk: in zorg, onderwijs, begeleiding, leiderschap. Zonder dit luisteren blijft het gesprek diffuus.

Gabriel Marcel maakt een behulpzaam onderscheid tussen hebben en zijn. Met “hebben” bedoelt hij niet bezit in de platte zin, maar een houding waarin je iets probeert vast te pakken en hanteerbaar te maken. In luisteren naar zit vaak iets van die beweging: zorgvuldig begrijpen, structureren, duiden.

Daar zit ook een risico, niet omdat dit luisteren verkeerd is, maar omdat het tempo kan maken. Begrijpen kan verschuiven naar afronden. Verhelderen naar invullen. Dan wordt mijn antwoord al snel informatief: advies, opties, verklaringen, doorverwijzen. Functioneel, soms precies wat nodig is, maar het kan ook betekenen dat de relationele laag onderbelicht blijft. De ander wordt wel begrepen, maar niet altijd gedragen.

Martin Buber helpt dit scherp te zien met zijn onderscheid tussen Ik-Het en Ik-Jij. Ik-Het betekent: het gesprek gaat vooral over “iets” dat opgelost of georganiseerd moet worden. Ik-Jij betekent: de ander verschijnt als iemand met wie ik in relatie sta. Luisteren naar kan, zonder kwade wil, richting Ik-Het schuiven zodra het gesprek vooral analyse en oplossing wordt.

2. Luisteren met: aanwezigheid, betrokkenheid, openheid

Luisteren met vraagt een kanteling. Minder gericht op vat krijgen, meer op aanwezig blijven. Marcel noemt dit beschikbaarheid: niet als permanente bereikbaarheid, maar als innerlijke bereidheid om er te zijn, zonder het meteen te willen fixen.

Hans-Georg Gadamer beschrijft verstaan als iets waaraan je deelneemt. Hij gebruikt het beeld van meespelen: wie werkelijk verstaat, blijft niet toeschouwer, maar laat zich meenemen door het gesprek. Dat betekent niet dat je je verliest in de ander, maar wel dat je de dialoog niet vooraf dichtzet.

In deze modus verandert ook het antwoord. Het wordt minder een reactie op de inhoud als “gegeven”, en meer een antwoord op de persoon die spreekt. Soms is dat een woord, vaak is het een kwaliteit van stilte: niet als leegte, maar als relationele ruimte waarin iemand niet wordt voortgeduwd naar helderheid, maar gedragen wordt in het nog-niet-heldere.

3. De ethische inzet

Het verschil is uiteindelijk ethisch.

Bij luisteren naar staat verstaan centraal. Dat is waardevol, maar het kan onbedoeld druk zetten op afronding: we willen het zo goed mogelijk snappen, duiden. Bij luisteren met ontstaat vertraging en nabijheid. Hier is Levinas behulpzaam. Hij legt de nadruk op het moment waarop de ander mij aanspreekt, nog voordat ik een sluitende uitleg heb. Het ethische begint dan niet bij mijn inzicht, maar bij mijn bereidheid om verantwoordelijkheid te dragen, ook als ik geen oplossing heb.

In een wereld die snelheid en efficiëntie beloont, is luisteren naar de natuurlijke reflex. Maar waar menselijke verbinding dragend wordt, gebeurt iets anders: vertraging. Daar wordt stilte geen gat dat gevuld moet worden, maar ruimte die kan dragen en verbinden.

Praktische brug: wat dit betekent in teams en leiderschap

In teams zie je dit verschil heel concreet. Luisteren naar verschijnt vaak als de reflex van de professional: snel zo goed mogelijk begrijpen, ordenen, samenvatten, doorvragen, een route naar oplossing. Dat is nuttig bij onduidelijkheid, escalatie of wanneer er echt iets geregeld moet worden. Maar precies daar kan ook iets misgaan: mensen voelen zich dan wel “gehoord”, maar niet werkelijk gezien. Het gesprek wordt efficiënt, terwijl de ervaring van de ander achterblijft.

Luisteren met herken je aan een andere kwaliteit. Er valt een kleine vertraging. Niet uit traagheid, maar uit zorgvuldigheid. Er is ruimte voor nuance, ambivalentie, het nog-niet-weten. In die ruimte durven mensen vaker te zeggen wat ze eigenlijk bedoelen, ook als het nog geen nette conclusie heeft. Dat is vaak het moment waarop herstel mogelijk wordt: niet door een perfecte oplossing, maar doordat de relatie weer draagkracht krijgt.

Micro-signalen: waar je het aan merkt in taal

Je merkt het aan kleine signalen. Bij luisteren naar hoor je sneller: “Dus als ik je goed begrijp…” “Wat is precies de vraag?” “Zullen we dit zo aanpakken?” Bij luisteren met verschuift de toon: “We hoeven dit niet meteen af te maken.” “Ik wil dit niet te snel dichtpraten.” “Ik luister.” “Neem je tijd.” “Ga door, ik volg je.” “Zeg nog eens wat je bedoelt.” “Wat maakt dit zo zwaar?” Soms is het meest passende antwoord geen advies, maar een stilte die niet wegkijkt. In die stilte ontstaat iets eenvoudigs maar zeldzaams: iemand hoeft niet te vechten om begrepen te worden.