Herstelbaarheid en ruimte

Afgelopen maandag vertelde een jonge twintiger mij enthousiast een verhaal, en ik voelde meteen dat er iets niet klopte. In plaats van te luisteren naar waarom hij het met mij deelde, begon ik het te corrigeren. Zo werkt het juridisch niet, dacht ik, en dat wilde ik rechtzetten. Pas later zag ik wat ik had gedaan. Ik was naar het gezegde gesprongen, naar de feiten van het verhaal, en had het zeggen gemist: de reden waarom iemand dit, nu, aan mij vertelde. Ik maakte, kortom, een hele reeks fouten rondom mijn eigen Architectuur van Luisteren.

De kunst van Luisteren is een door lezers gesteunde publicatie. Wil je nieuwe posts ontvangen en mijn werk steunen? Overweeg dan om gratis of betalende abonnee te worden.

Daar zit de samenhang waar ik over wil schrijven, die tussen ruimte en herstelbaarheid. Door te corrigeren gooide ik iets dicht. Ik nam de ruimte weg waarin het verhaal nog iets anders had kunnen betekenen dan ik dacht, en daarmee ook de ruimte waarin ik er nog op terug kon komen.

Ruimte is in een gesprek de keuze om niet meteen in te vullen. Je laat een uitspraak even staan zonder haar af te ronden, je houdt je oordeel voorlopig, je geeft wat gezegd wordt de tijd om zich te tonen voordat je het vastlegt. Levinas onderscheidt het levende spreken, het Zeggen (le Dire), van wat daarvan in vaste uitspraken overblijft, het Gezegde (le Dit). Ruimte beschermt dat eerste. Het bracht de Ander waarschijnlijk niet dichter bij wat hij kwijt wilde, en zette hem eerder vast bij de feiten.

Corrigeren doet het omgekeerde. Het verplaatst het gesprek naar de vraag of iets klopt, en beantwoordt daarmee een vraag die de Ander misschien helemaal niet stelde. Wat er in die beweging gebeurt, is dat ik ophoud te differentiëren. Ik breng het verhaal, en daarmee de Ander, onder in iets wat ik al ken; ik leg vast hoe het zit en wat eraan deugt. Levinas beschrijft dit als de herleiding van de Ander tot hetzelfde. De alteriteit van de Ander, die zich aan mijn categorieën onttrekt, gaat daarbij verloren, en het verschil tussen ons wordt teruggebracht tot iets vertrouwds.

Roger Burggraeve wijst, in het spoor van Levinas, op het onderscheid tussen herkenning en erkenning. In herkenning komt de Ander terecht als een variant op wat ik al ken, bijna als een soort van alter-ego. In erkenning blijft hij iemand die ik vooraf niet kan invullen. Corrigeren neigt naar het eerste. Het laat de Ander klaar en gekend voor me liggen, en juist dat neemt de ruimte weg, want waar geen verschil meer overblijft, valt ook niets meer te ontmoeten.

Hier raakt het aan wat ik in mijn Architectuur van Luisteren bedoel met effect boven intentie. Mijn bedoeling was onschuldig genoeg; ik wilde alleen iets rechtzetten. Wat het deed, was iets anders. Het bracht de Ander waarschijnlijk niet dichter bij wat hij kwijt wilde, en zette hem eerder vast bij de feiten. De bedoeling maakt dat effect niet ongedaan. Wat een woord heeft aangericht in de Ander, bepaalt wat het waard was, en niet wat ik ermee voorhad. Omdat ik vooraf nooit helemaal kan overzien wat mijn woorden zullen doen, heb ik de ruimte nodig om daarachter te komen, en de herstelbaarheid om terug te komen wanneer ze iets hebben dichtgegooid.

Zo horen ruimte en herstelbaarheid bij elkaar als twee gestalten van dezelfde bescheidenheid. Ruimte komt vooraf en houdt de zaak open zolang dat kan. Herstelbaarheid komt pas achteraf en keert terug op wat te snel of te hard is vastgelegd. Een zin die dichtgooit, maakt het allebei moeilijk. Ze ontneemt de Ander de plek om mij te corrigeren, en ze ontneemt mij de grond om terug te komen, want er is geen opening meer waarin dat terugkomen nog iets zou veranderen.

Ruimte is intussen geen eindeloos zwijgen, en herstelbaarheid is geen vrijbrief om alles eerst maar te zeggen. Er zijn momenten waarop een helder woord, of zelfs een hard woord, meer openhoudt dan een gladde omtrekkende beweging. Soms is het juist het uitblijven van een grens dat dichtgooit. Ik schreef eerder dat ook stilte misbruikt kan worden, als retoriek of als ontwijking. De vraag blijft daarom telkens dezelfde: wat deed dit bij de Ander, en kan ik er nog op terugkomen?

Dat ik dit allemaal deed met mijn eigen Architectuur van Luisteren in de hand, vind ik achteraf minder pijnlijk dan het eerst voelde. In mijn architectuur vraag ik om corrigeerbaar te blijven, niet om foutloos te luisteren. Mijn misstap is eerder een voorbeeld dan een weerlegging. De vraag is wat ik er nu mee doe. Ik kan terugkomen bij die persoon en vragen wat ik te snel voorbij ben gegaan: waarom vertelde je mij dit eigenlijk?

Zolang die terugkeer mogelijk blijft, blijft hij iemand die zich nog anders kan laten kennen dan ik dacht, en blijf ik iemand met wie te praten valt.

Kunst: Barabara Kreft

Bronnen

Het onderscheid tussen le Dire en le Dit ontwikkelt Levinas in Autrement qu’être ou au-delà de l’essence (Den Haag: Martinus Nijhoff, 1974), in het Engels vertaald als Otherwise than Being, or Beyond Essence door Alphonso Lingis (Pittsburgh: Duquesne University Press, 1998). Zie ook deel 9 van mijn reeks op substack

https://www.researchgate.net/publication/401089761_The_Architecture_of_Listening_A_phenomenological_and_existential_exploration_of_relational_restraint_grounded_in_and_beyond_Levinas