Beschikbaar zijn zonder jezelf kwijt te raken
Gabriel Marcel, Martin Heidegger en de ethiek van aanwezigheid
We gebruiken het woord beschikbaar voortdurend.
“Ik ben nu even niet beschikbaar.”
“Ik zou er graag meer voor anderen zijn.”
“Mijn agenda zit vol, maar ik ben er wél hoor.”
Toch bedoelen we met dat ene woord van alles door elkaar: tijd, bereikbaarheid, emotionele ruimte, zorg, verantwoordelijkheid. Zeker in zorg, onderwijs, hulpverlening en leiderschap schuurt het snel. Wie altijd beschikbaar probeert te zijn, loopt leeg. Wie zich terugtrekt, kan ervaren worden als afwezig of onbetrouwbaar.
In mijn werk rond luisteren spreek ik vaak over jezelf beschikbaar maken. Dat klinkt vanzelfsprekend, maar wat betekent het eigenlijk om jezelf beschikbaar te maken voor een ander mens.
De Franse filosoof Gabriel Marcel en, vanuit een heel andere hoek, Martin Heidegger hebben allebei nagedacht over wat het betekent om “beschikbaar” te zijn. Niet in de zin van planningen en tijdsloten, maar als manier van mens-zijn. Hun denken sluit verrassend goed aan bij vragen rond luisteren, aanwezigheid en verantwoordelijkheid in relaties. In dit blog verken ik met hen mee wat beschikbaarheid kan betekenen, voorbij de agenda.
Gabriel Marcel als dialogale denker
Gabriel Marcel (1889–1973) wordt vaak genoemd in één adem met Martin Buber, Franz Rosenzweig en Emmanuel Levinas. Samen vormen zij een familie van dialogale denkers: filosofen die de ontmoeting tussen ik en jij centraal stellen. Buber en Rosenzweig en Levinas komen uit de Joodse traditie, Marcel uit de christelijke. Hij is bovendien belangrijk als een vroege leermeester van Levinas.
Wat deze denkers gemeen hebben, is dat niet langer het ik centraal staat, maar de Ander. De Ander is dan niet iemand over wie ik nadenk of een geval dat ik beoordeel, maar een mens die mij aankijkt en iets van mij vraagt. In plaats van op de Ander neer te kijken als op een “object”, laat ik mij door hem of haar aanspreken. Dat is ook het verschil tussen wat ik noem luisteren naar, informatie opnemen, en luisteren met betekent: aanwezig zijn bij de Ander. Het gaat om de ruimte die je de Ander gunt om zijn of haar verhaal in veelstemmigheid en in nuance vorm te geven. Dat vraagt moed, omdat je bereid bent mee te reizen met de Ander, zonder precies te weten waar het gesprek je zal brengen.
Marcel geeft aan die omkering van perspectief een eigen kleur, met een cluster van begrippen die nauw op elkaar betrokken zijn:
la rencontre je–tu (ik–jij-ontmoeting), présence (aanwezigheid), invocation (aanroeping), disponibilité (beschikbaarheid), hebben en zijn, probleem en mysterie, réponse-renseignement en réponse-communion.
Ik werk ze kort uit, steeds in relatie tot beschikbaarheid.
Probleem en mysterie: waar speelt beschikbaarheid zich af?
Een eerste sleutel is het onderscheid tussen probleem en mysterie.
Een probleem is iets waar ik tegenover sta. Het is af te bakenen, te analyseren en, als het goed is, op te lossen. Wie een probleem benadert, kan zichzelf buiten schot houden. Het doet er niet echt toe wie het probleem “beheert”.
Een mysterie is anders. Dat is een werkelijkheid waarin ik zelf betrokken ben: leven, liefde, trouw, lijden, sterfelijkheid. Ik kan daar niet buiten blijven staan. Wie over deze dingen nadenkt, denkt tegelijk over zichzelf. Voor Marcel is het leven geen raadsel dat ooit opgelost wordt, maar een mysterie waarin we altijd al staan.
Beschikbaarheid hoort bij die tweede sfeer. De vraag is dan niet alleen: hoe deel ik mijn tijd in, maar vooral: hoe ben ik aanwezig in datgene wat er tussen mij en de ander gebeurt. Dat raakt meteen aan de taal van asymmetrische wederkerigheid: ik blijf degene die luistert, maar het luisteren zelf is een mysterieus veld dat ons beiden betreft.
Hebben en zijn: de Ander als middel of als jij
Marcel verbindt dit met het onderscheid tussen hebben (avoir) en zijn (être).
In de houding van hebben bekijk ik de wereld als iets wat ik kan gebruiken, regelen of bezitten. Dingen en situaties, maar ook mensen, kunnen dan middelen worden: collega’s als capaciteit, cliënten als dossiers, inwoners als casus. De Ander verschuift bijna ongemerkt van iemand naar iets.
In de houding van zijn treed ik de Ander tegemoet als persoon. De Ander is dan geen verlengstuk van mijn plan of organisatie, maar een jij (tu) die mij kan aanspreken. Dat is wat Marcel bedoelt met la rencontre je–tu: de ik–jij-ontmoeting. In die ontmoeting blijf ik niet buiten beeld als neutrale waarnemer, maar word ik zelf deel van wat er gaande is.
Beschikbaarheid in Marcel’s zin hoort bij deze tweede houding. Ze is een vorm van zijn, niet van hebben. Niet: “ik heb tijd over”, maar: “ik stel mij open als iemand tot wie jij je mag wenden”. Daarmee komen we bij zijn kernwoord: disponibilité.
Disponibilité, présence en invocation
Disponibilité is bij Marcel de innerlijke, existentiële beschikbaarheid. Het gaat hem niet om “ik ben bereikbaar op dit nummer”, maar om de vraag: ben ik innerlijk aanspreekbaar.
Die beschikbaarheid is onlosmakelijk verbonden met présence: aanwezigheid. De Ander is dan niet alleen een object vóór mij (devant moi), maar een aanwezigheid mét mij (avec moi). In het luisteren wordt dat zichtbaar wanneer ik niet alleen informatie verwerk, maar mij laat raken door wie daar tegenover mij zit. Aanwezig blijven en luisteren met sluit hier naadloos bij aan.
Invocation, aanroeping, is de andere kant van die beweging. De Ander wendt zich tot mij, spreekt mij aan, roept mij. Disponibilité betekent dat ik dat appel niet alleen hoor, maar ook als appel ervaar: dit gaat mij aan. Vrijheid is voor Marcel dan ook niet in de eerste plaats “keuzevrijheid”, maar de ontdekking dat ik een wezen ben dat kan antwoorden op een ‘aanroeping’.
Je zou kunnen zeggen:
– présence is hoe ik bij jou ben;
– invocation is hoe jij je tot mij wendt;
– disponibilité is de innerlijke ruimte waarin die twee elkaar kunnen ontmoeten.
In mijn werk rond luisteren is dat precies de beweging van ik luister naar jouw verhaal naar ik laat mij aanspreken door jou als Ander. Daar verschijnt de asymmetrische wederkerigheid waar Levinas op wijst: ik blijf de luisterende partij, het appel komt niet van mij uit.
Antwoord-informatie en antwoord-delen
In dat veld van ontmoeting maakt Marcel nog een onderscheid dat cruciaal is voor beschikbaarheid: dat tussen réponse-renseignement en réponse-communion.
Een antwoord-informatie (réponse-renseignement) is een antwoord dat primair op het probleem gericht is. Ik geef feiten, uitleg, adviezen, verwijs door, app een linkje. Dat kan noodzakelijk zijn en is op zichzelf niet verkeerd, maar het laat de relatie grotendeels ongemoeid.
Een antwoord-delen (réponse-communion) is een antwoord dat uit de relatie voortkomt. Ik reageer dan niet alleen op de vraag, maar ook op degene die vraagt. Soms zeg ik weinig, maar ik blijf bij je; soms zeg ik iets kleins, maar ik doe dat zó dat jij je gezien weet. Dit soort antwoord veronderstelt disponibilité: dat ik innerlijk bij jou wil blijven, en mij niet terugtrek in een rol of protocol zodra het ingewikkeld wordt.
Daar raakt Marcel direct aan mijn onderscheid tussen luisteren naar en luisteren met. Luisteren naar kan in de sfeer van antwoord-informatie blijven steken. Luisteren met opent de mogelijkheid van antwoord-delen: het is de ruimte waarin je als luisteraar ook zelf betrokken raakt, zonder het gesprek over te nemen.
In zijn toneelstukken laat Marcel zien wat er gebeurt als deze aanwezigheid ontbreekt. Relaties lopen stuk waar mensen elkaar reduceren tot rol, functie of probleem. De “disasters” zijn bij hem meestal geen spectaculair kwaad, maar het langzaam afbrokkelen van echte aanwezigheid.
Heidegger: van staande reserve naar laten-zijn
Tegenover deze fenomenologie van de ontmoeting staat bij Heidegger een andere invalshoek. Zijn vraag is ontologisch: hoe verschijnt de wereld voor ons in de moderne tijd. Hij ziet dat de werkelijkheid steeds meer wordt benaderd als Bestand: staande reserve. De wereld wordt voorraad, magazijn, data.
Dan gebeurt er iets met het woord “beschikbaar”. De rivier wordt een waterkrachtpotentieel, het bos een grote houtvoorraad, mensen worden capaciteit of FTE’s. Beschikbaar zijn betekent dan vooral: altijd inzetbaar, meetbaar, oproepbaar. Wie zo naar zichzelf kijkt, voelt de druk om permanent te leveren. Je bent er om te functioneren.
Heidegger zoekt een andere houding tegenover die wereld en noemt die Gelassenheit: laten-zijn. Daarmee bedoelt hij niet dat we techniek moeten afwijzen, maar dat we oefenen in terughouding. Niet elk stil moment hoeft gevuld, niet elke vraag vraagt om directe interventie, niet elke mogelijkheid hoeft benut te worden. Er mag iets verschijnen zonder meteen in gebruik te worden genomen.
Die houding sluit verrassend goed aan bij Marcel maar ook bij hoe ik naar mijn werk kijk. In Gelassenheit is beschikbaarheid niet langer: “ik moet altijd kunnen leveren”, maar: “ik wil ontvankelijk zijn voor wat er moreel gezien op mij toekomt”. Daarmee komen we dicht bij wat ik bedoel met effect vóór intentie: niet de vraag wat ik allemaal wil en kan, maar wat mijn handelen dóet in het leven van de Ander.
Beschikbaar zijn zonder jezelf kwijt te raken
Als we deze lijnen samen nemen, tekent zich een ander beeld van beschikbaarheid af dan we vaak in organisaties hanteren.
Beschikbaarheid is dan niet vooral een kwestie van planning, maar van houding:
- Ik verschuif van probleem naar mysterie: ik erken dat niet alles in ons contact maakbaar en oplosbaar is.
- Ik verschuif van hebben naar zijn: ik wil de Ander niet reduceren tot middel, casus of functie.
- Ik oefen mij in disponibilité: innerlijke aanspreekbaarheid, ook als ik niet alles kan oplossen.
- Ik neem Gelassenheit serieus: ik hoef niet overal op in te grijpen, ik mag soms stil blijven en laten zijn.
Dat betekent ook dat grenzen anders gaan functioneren. In de logica van staande reserve zijn grenzen hinderlijk. In de logica van disponibilité worden grenzen juist voorwaarde voor echte aanwezigheid: ik kan er alleen maar zijn voor de Ander als ik niet overal tegelijk hoef te zijn. Beschikbaar zijn zonder jezelf kwijt te raken vraagt daarom om keuzes: voor wie, voor wat en op welke manier wil ik aanspreekbaar zijn.
Misschien kun je, met Marcel en Heidegger op de achtergrond, beschikbaarheid zo herdefiniëren:
Niet altijd bereikbaar,
wel aanspreekbaar.Niet alles doen,
maar aanwezig zijn waar het ertoe doet.
Daar, in de kwalitatieve ontmoeting, la rencontre je–tu, krijgt beschikbaarheid haar eigen, dialogale diepte. Dat is precies het terrein waarop ik denk waar luisteren met en asymmetrische wederkerigheid zich afspeelt.


