Van grijpen naar getuigen

Luisteren naar en luisteren met in professionele communicatie:
een fenomenologisch-hermeneutische verkenning met twee vignetten

Abstract

In professionele en interpersoonlijke communicatie domineert vaak een instrumentele opvatting van luisteren: luisteren als informatieverwerving en probleemoplossing. In dit artikel onderscheid ik deze modus van ‘luisteren naar’ van een existentiële modus die ik ‘luisteren met’ noem. Luisteren naar is een serieuze poging om de Ander zo goed mogelijk te verstaan, maar het kent een risico: het verhaal van de Ander wordt al snel opgenomen in mijn eigen referentiekader, waarna mijn antwoord meer over mij zegt dan over de Ander. Luisteren met is geen superieure techniek, maar een ethische houding van beschikbaarheid en terughouding: ik blijf bij het appèl van de Ander zonder hem of haar te willen bezitten, afronden of repareren. Ik werk dit uit met Levinas (het gelaat als appèl én als ethische grens), Gadamer (verstaan als dialoog waarin ik mijn eigen horizon op het spel zet) en Gabriel Marcel (beschikbaarheid en het verschil tussen zijn en hebben). Twee fenomenologische vignetten tonen hoe luisteren met concreet wordt in taal, timing en dosering, én waar de schaduwzijde ligt: terughouding kan zorg zijn, maar ook onttrekking. Empirisch onderzoek naar high-quality listening, zelfinzicht, ambivalentietolerantie en intellectuele nederigheid ondersteunt de stelling dat luisteren met een transformatieve ruimte kan openen, juist omdat het het niet-weten niet direct dichtloopt.

Trefwoorden: luisteren, stilte, Levinas, Gadamer, Marcel, hermeneutiek, verantwoordelijkheid, toe-eigening, crisis, intellectuele nederigheid

Auteurspositie

Ik onderzoek hoe luisteren en stilte morele betekenis krijgen in alledaagse en professionele ontmoetingen. Mijn werk beweegt zich tussen filosofie en praktijk, tussen hermeneutiek en ethiek, en vertrekt vanuit een eenvoudige vraag: wat gebeurt er wanneer verstaan stokt en zorg begint?

Ethiek en privacy: details in de vignetten zijn geanonimiseerd en waar nodig samengevat om herleidbaarheid te voorkomen.

1. Probleemstelling: verstaan is niet verkeerd, annexatie wel

Er zijn momenten in een gesprek waarop woorden ophouden, maar de ontmoeting niet. In zulke momenten wordt duidelijk dat luisteren niet alleen een vaardigheid is, maar ook een houding.

Ik wil een karikatuur vermijden. Luisteren naar is niet automatisch kil of reducerend. Veel mensen die zeggen “ik begrijp je” bedoelen: ik probeer je zo goed mogelijk te verstaan. In zorg, onderwijs, leiderschap en vriendschap is die poging vaak een morele inspanning.

Het probleem begint pas wanneer verstaan ongemerkt de vorm krijgt van inlijving. Dat is zelden kwaadwillig. Het is eerder een verleiding, soms zelfs een bekoring: het vreemde wordt herkenbaar, het verhaal wordt hanteerbaar, en mijn reactie kan sneller komen dan de ontmoeting kan dragen. Dan ontstaat het risico dat ik de Ander niet alleen versta, maar ook kap, afrond of neutraliseer.

Dit artikel maakt daarom onderscheid tussen twee modi: luisteren naar en luisteren met. Het gaat mij niet om betere techniek, maar om het verschil tussen luisteren als grip en luisteren als getuigenis. Luisteren met is niet vanzelfsprekend. Het is precies daar waar luisteren een kleine crisis wordt: aarzelend, niet-wetend, zichzelf bevragend of ik niet te snel op de Ander toega, of ik niet te snel zeg dat ik begrijp.

2. Theoretisch kader: van hermeneutiek naar ethiek

Gadamer helpt mij om verstaan te zien als een dialogische beweging: betekenis is al vóór mij begonnen, en ik kan alleen verstaan door mijn eigen vooronderstellingen mee te nemen én tegelijk te laten bevragen. Verstaan vraagt toewending en vertraging. Tegelijk laat de praktijk zien dat verstaan ook kan versnellen. Juist omdat hermeneutiek verbanden zoekt, dreigt de Ander te verdwijnen in samenhang.

Levinas verplaatst de vraag: niet “wat betekent dit?” maar “wat vraagt dit van mij?” Het gelaat van de Ander verschijnt niet als object van analyse, maar als appèl dat mijn vrijheid voorafgaat. Verantwoordelijkheid begint waar mijn neiging tot beheersing wordt onderbroken.

Belangrijk is dat dit antwoord zich niet alleen voltrekt als toewending, maar ook als grens. Bij Levinas krijgt verantwoordelijkheid ook de vorm van een verbod: niet doden, niet intimideren, niet verpletteren, niet kapen. In gesprekstaal kan dat verrassend concreet zijn: niet overnemen met “ik begrijp je”, niet afsluiten met “ik weet wat je doormaakt”, niet toe-eigenen met “ik heb ook zoiets meegemaakt”. Zulke zinnen kunnen nabijheid bedoelen, maar tegelijk het appèl stelen door het te vervangen door mij.

Burggraeve verheldert een valkuil: we verwarren het gelaat met het beschrijfbare, diagnostisch hanteerbare gezicht. Dan wordt de Ander dossier, categorie of profiel. Tegenover die reductie staat een ethische terughouding: een bewust ‘holding back’ dat voorkomt dat mijn kennis de Ander tot object maakt.

Gabriel Marcel geeft taal voor de praktijkzijde van deze terughouding: beschikbaarheid. Aanwezig zijn zonder te bezitten, nabij zijn zonder te fixen. Dat is geen sentimentaliteit, maar een concrete keuze om niet weg te lopen in drukte, distantie of snelle oplossingen.

3. Luisteren met als crisis: aarzeling als ethische precisie

De ethische verhouding tot de Ander is niet vanzelfsprekend. Ik kan de Ander niet ontmoeten zonder de verleiding om hem of haar op te nemen in mijn eigen kader: als herkenbaar verhaal, als oplosbaar probleem, als iets dat ik “ook ken”. Precies daarom is luisteren met geen enthousiast dichtbij-zijn, maar aarzelend nabij-zijn.

Die aarzeling is geen onzekerheid als gebrek. Het is een morele precisie: ik onderbreek mijn eigen reflex om te verklaren, te fixen of af te ronden. Ik stel mijzelf de vraag of ik te snel ga, of ik te snel begrijp, of ik met mijn woorden niet het appèl dichtschuif. In die crisis wordt luisteren zichtbaar als werk: niet alleen aandacht, maar terughouding; niet alleen openheid, maar het vermogen om mijzelf te begrenzen.

4. Methodologische noot: vignetten als fenomenologische toegang

Ik werk fenomenologisch en hermeneutisch: door beschrijving van concrete ervaringen wordt zichtbaar hoe luisteren zich voltrekt in taal, timing en lichaam. Vignetten zijn hier geen illustraties achteraf, maar toegang tot wat Anders te snel abstract wordt: terughouding, impuls tot handelen, spanning tussen verstaan en verantwoordelijkheid.

5. Vignet 1: Van cijfers naar verschijnen (gesloten jeugdzorg)

In mijn eerste maand als adviseur van het bestuur van een jeugdzorgorganisatie met een gesloten afdeling werd ik overspoeld door cijfers: recidive, achtergrondkenmerken, opleidingsniveau. Ze waren niet onwaar, maar ze hadden één effect: ze maakten van jongeren vooral een categorie. Terwijl ik achter mijn scherm zat, bleef één vraag zich herhalen: wie zijn deze jongeren, los van dossier en statistiek?

Bij mijn eerste bezoek ging ik door beveiligingspoortjes, leverde mijn spullen in en liep een lange gang in met celdeuren. Er stonden gesprekken gepland “om een beeld te krijgen”. Wat ik aantrof, liet zich niet vangen in een beeld. Jongeren spraken over trauma, angst, verslaving, druk van buiten, en over een leven waarin veiligheid nooit vanzelfsprekend was. Mijn rol was niet oplossen of ondervragen, maar blijven en luisteren. Af en toe zei ik alleen: “Vertel me meer.”

Ik sprak een meisje dat bijna achttien was. Ze wilde nauwelijks praten. “Je weet toch waarom ik hier ben.” Ik zei dat ik niet gekomen was om haar daad te bespreken, maar om haar als mens te ontmoeten. “Je hoeft me niets te vertellen over wat je gedaan hebt. Ik wil proberen te verstaan hoe het zo ver heeft kunnen komen.”

Terwijl ze begon te spreken, merkte ik ook mijn eigen reflex: om te ordenen, om te plaatsen, om te weten wat dit “betekent”. Ik moest mijzelf daarin afremmen, omdat ik voelde hoe snel begrip hier tot kaping kon worden.

Ze vertelde over jaren misbruik en opgesloten worden, over schreeuwen dat niemand wilde horen, en over een wereld die haar stem niet droeg.

Aan het einde vroeg ik of ze uitkeek naar haar vrijlating. Ze keek me lang aan en zei: “Ik droom wel van vrijlating, niet van vrijheid. Ik weet niet wat vrijheid betekent. Over drie maanden zit ik waarschijnlijk weer binnen.”

6. Duiding vignette 1: luisteren met als weerstand tegen reductie

Dit vignette maakt zichtbaar hoe luisteren naar in organisaties gemakkelijk samenvloeit met classificatie. Niet omdat cijfers onwaar zijn, maar omdat ze de Ander dreigen te reduceren tot het beschrijfbare en behandelbare.

Mijn inzet in het gesprek was niet minder denken, maar een ander soort denken: vertraging, zodat betekenis kan verschijnen zonder meteen te passen. Tegelijk werd de morele spanning niet opgelost. Ik wilde haar niet reduceren tot dader, en ook niet tot slachtoffer. Luisteren met betekent dan: blijven bij de complexiteit zonder het verhaal dicht te schuiven, en zonder de Ander in een nieuw verhaal van mijn kant op te sluiten.

Hier wordt duidelijk dat terughouding geen afwezigheid is. Het is aanwezigheid met maat: eerst laten verschijnen, pas daarna duiden of handelen.

7. Vignet 2: Resonantie zonder toe-eigening (verpleeghuis, veteraan)

Een verpleegkundige vroeg mij of ik kon achterhalen waar het huilen van een man in het verpleeghuis vandaan kwam. Ik ontmoette hem in het restaurant. We liepen samen naar zijn kamer. Onderweg begon hij te huilen. Eenmaal binnen vroeg ik hem niet waarom hij huilde, maar: “Waar bent u als u zo verdrietig wordt?”

Hij vertelde dat hij veteraan was uit Nederlands-Indië. Hij liet tekeningen zien, sprak woorden uit die tijd. Op dat moment kwam ook mijn eigen achtergrond kort in mij op: mijn vader was eveneens veteraan uit Nederlands-Indië. Ik merkte hoe snel mijn eigen referentiekader zich wilde aanbieden als verklaring.

Die herkenning was geen onschuldige troost. Ik voelde hoe makkelijk ik met één stap zijn verhaal naar het mijne kon trekken. Juist daarom hield ik het klein.

Maar het ging niet om mijn vader. Het ging om hem.

Terwijl hij de tekeningen duidde, liet ik af en toe een woordje vallen dat ik van thuis kende. Niet veel. Geen uitleg. Op een gegeven moment zei ik alleen: “mijn vader.” Meer niet. Die kleine markering maakte contact mogelijk, zonder dat ik deed alsof ik zijn ervaring kende. Hij bleef spreken, in zijn eigen tempo, met een rust die niet uit antwoorden kwam maar uit aanwezigheid.

8. Duiding vignette 2: hermeneutiek met een ethische grens

Hermeneutisch gezien laat dit vignette iets onvermijdelijks zien: verstaan gebeurt altijd binnen een horizon. Er is taal, herinnering, associatie. Precies daarom is de ethische vraag scherp: wat doe ik met die resonantie?

Luisteren met vraagt dat ik de Ander niet tot mijn verhaal maak. Mijn antwoord blijft minimaal: genoeg om contact te dragen, niet genoeg om het verhaal naar mij toe te trekken. Dat is terughouding als verantwoordelijkheid.

In termen van Marcel: beschikbaarheid betekent dat ik aanwezig ben zonder de Ander te gebruiken. In termen van Levinas: ik antwoord niet door te fixen, maar door mij te laten aanspreken, én door mijzelf te laten tegenhouden in de verleiding om te grijpen. En in termen van Gadamer: mijn verstaan blijft voorlopig, omdat ik mezelf laat bevragen door wat ik ontmoet.

9. Empirische ondersteuning: wat luisterkwaliteit zichtbaar verandert

Ik ben praktijkonderzoeker en essayist, geen wetenschapper. Toch vind ik het belangrijk om het empirische veld serieus te nemen, juist omdat het soms taal geeft aan wat in vignetten voelbaar wordt.

Onderzoek naar high-quality listening laat zien dat luisteren dat aandachtig, empathisch en niet-oordelend is, kan samenhangen met meer zelfinzicht en minder defensiviteit. Andere studies laten zien dat luisteren de intellectuele nederigheid van zowel spreker als luisteraar kan vergroten. Daarnaast is er onderzoek dat suggereert dat mensen de positieve ervaring van een diep gesprek vaak onderschatten, waardoor ze zulke gesprekken vermijden.

Deze bevindingen bewijzen niet wat ‘luisteren met’ is, maar ze ondersteunen wel het idee dat luisterhouding iets verandert: niet alleen in de inhoud van een gesprek, maar in de ruimte waarin mensen zichzelf durven laten verschijnen.

10. Slot: van grijpen naar getuigen

Luisteren naar is vaak een serieuze poging tot verstaan. Daar wil ik respectvol over blijven. Maar luisteren naar kan, juist in zijn ernst, veranderen in toe-eigening: het verhaal wordt onderdeel van mijn project van begrijpen en handelen.

Luisteren met is een ethische keuze. Het zegt: de Ander blijft Ander. Ik probeer zo goed mogelijk te verstaan, maar ik bewaak de grens van mijn recht op interpretatie. Ik laat mij aanspreken, ik stel mijn eigen kader uit, ik blijf beschikbaar, en ik zoek naar een antwoord dat de Ander niet reduceert.

Die verschuiving is klein en groot tegelijk. Klein, omdat het gaat om alledaagse micro-bewegingen. Groot, omdat ze bepaalt of een ontmoeting een contactmoment wordt, of een annexatie. De vraag blijft: antwoord ik vanuit grijpen, of vanuit getuigen?

Referentielijst

Burggraeve, Roger (1999). “Violence and the Vulnerable Face of the Other: The Vision of Emmanuel Levinas on Moral Evil and Our Responsibility.” Journal of Social Philosophy, 30(1), 29–45. DOI: 10.1111/0047-2786.t01-1-00003.

Gadamer, Hans-Georg (1960). Waarheid en Methode.

Itzchakov, Guy; Weinstein, Netta; Legate, Nicole; Amar, Marnie (2020). “Can high quality listening predict lower speakers’ prejudiced attitudes?” Journal of Experimental Social Psychology, 91, 104022.

Jansen, Corine. Silence as an Ethical Act: A Phenomenological Exploration of Understanding, Responsibility, and Care. DOI: 10.5281/zenodo.18207917.

Jansen, Corine. The Shadow Side of Silence. DOI: 10.5281/zenodo.18258911.

Lehmann, Michal; Kluger, Avraham N.; Van Tongeren, Daryl R. (2023). “Am I arrogant? Listen to me and we will both become more humble.” The Journal of Positive Psychology, 18(3), 350–362. DOI: 10.1080/17439760.2021.2006761.

Levinas, Emmanuel (1961). Totalité et Infini. Den Haag: Martinus Nijhoff. (Nederlandse vertalingen: Totaliteit en oneindigheid, diverse edities).

Marcel, Gabriel (1935). Being and having.

Schroeder, Juliana; Lyons, Donald; Epley, Nicholas (2022). “Hello, stranger? Pleasant conversations are preceded by concerns about starting one.” Journal of Experimental Psychology: General, 151(5), 1141–1153.

Foto: eigendom en gemaakt door mijzelf