Oordeelbewustzijn – De moed om niet te weten

In trainingen over luisteren ligt de nadruk vaak op vaardigheden: samenvatten, vragen stellen, knikken. Maar in mijn model, de ‘Architectuur van Luisteren’, is een van de belangrijkste bewegingen onzichtbaar. Het is geen stap die je zet, maar een houding die je door alle stappen heen volhoudt. Ik noem dit oordeelbewustzijn.

Oordeelbewustzijn wordt vaak verward met ‘niet oordelen’. Maar oordeelloosheid is een mythe; onze hersenen zijn machines die continu betekenis en categorieën plakken op wat we zien. Oordeelbewustzijn is niet het afschaffen van dat oordeel, maar het actief opschorten ervan. Het is de discipline om het onderscheid te bewaken tussen wat je feitelijk waarneemt en het verhaal dat je daar in je hoofd direct van maakt.

Hier raakt de praktijk van luisteren aan een diepe ethische waarde: intellectuele bescheidenheid (intellectual humility).

In onze cultuur van expertise en oplossingsgerichtheid voelt ‘het niet weten’ vaak als zwakte. Maar vanuit de hermeneutiek (de leer van het verstaan) is het juist een kracht. De filosoof Gadamer leert ons dat wij altijd kijken vanuit onze eigen ‘horizon’. We zien de wereld niet zoals die is, maar zoals wíj zijn, gevormd door onze eigen geschiedenis en vooroordelen.

Intellectuele bescheidenheid is het besef dat mijn horizon beperkt is. Het is de erkenning dat de Ander een mysterie is dat ik nooit volledig kan bezitten of begrijpen. Zodra ik denk: “Ik snap hoe jij in elkaar zit”, stop ik met luisteren. Dan reduceer ik de Ander tot een ‘geval’ of een ‘probleem’ dat ik kan oplossen. Oordeelbewustzijn is de praktische toepassing van deze bescheidenheid: ik parkeer mijn eigen weten om ruimte te maken voor de waarheid van de ander.

Van zekerheid naar twijfel als plicht

In mijn model definieer ik oordeelbewustzijn daarom als een plicht tot principiële twijfel. Het is een vorm van gewetensonderzoek waarbij je jezelf continu de vraag stelt: “Ben ik nu werkelijk aanwezig voor de Ander, of ben ik bezig mijn eigen plaatje te bevestigen?”

Dit vraagt om wat Levinas retenue noemt: terughoudendheid. Het is een actieve rem op onze natuurlijke neiging om het gesprek over te nemen of de stiltes dicht te smeren met adviezen. Deze terughoudendheid is geen passiviteit, maar een daad van geweldloosheid. Je weigert de ander vast te zetten in jouw kader.

Spreken in potlood: toetsbare voorlopigheid

Hoe ziet dit er praktisch uit? Oordeelbewustzijn verandert de manier waarop je spreekt. Omdat je erkent dat jouw interpretatie feilbaar is, spreek je in de responsfase altijd voorlopig en toetsbaar.

Je presenteert je gedachten niet als feiten (“Jij bent boos”), maar als vragen die gecorrigeerd mogen worden (“Ik zie dat je wegkijkt en stilvalt, en ik vraag me af of dat is omdat ik je raakte. Klopt dat?”). Dit noem ik ‘toetsbare voorlopigheid’. Je geeft de regie terug aan de Ander. Je nodigt de Ander uit om jouw beeld bij te stellen.

De ethische noodzaak

Uiteindelijk is oordeelbewustzijn de bewaker van de ethiek in het luisteren. Stilte en luisteren zijn namelijk ambigu; ze zijn niet automatisch ‘goed’. Een stilte kan helend zijn, maar ook een vorm van macht of onttrekking.

Intellectuele bescheidenheid helpt ons om aan de goede kant van die grens te blijven. Het zorgt ervoor dat we niet zwijgen om onszelf te beschermen (morele camouflage), maar zwijgen om de ander te laten verschijnen. Het is de moed om, in een wereld die schreeuwt om antwoorden, te durven blijven bij het niet-weten. Alleen in die open ruimte kan de Ander zich werkelijk tonen.