Goede gesprekken beginnen waar ik stop met begrijpen
En waarom ik kunst gebruik om mezelf scherp te houden
Ik werk inmiddels 34 jaar en hoe langer ik het doe, hoe duidelijker het wordt: luisteren is één van de moeilijkste dingen om echt goed te doen.
Niet omdat het ingewikkeld is, maar omdat het veel vraagt. Niet alleen aandacht, maar ook vertraging. Niet alleen kennis, maar ook het vermogen om jezelf even niet centraal te zetten. Echt luisteren betekent ruimte maken; voor de Ander, voor wat nog niet gezegd is, en voor wat je zelf nog niet weet.
Je merkt pas hoe moeilijk het is als je het echt probeert
Het klinkt eenvoudig: aanwezig zijn, je oordeel uitstellen, goed blijven luisteren. Maar in de praktijk merk ik hoe snel mijn hoofd alweer bezig is met de volgende stap; met begrijpen, structureren, adviseren. Niet uit onwil, integendeel. Juist vanuit betrokkenheid en ervaring.
En precies daar zit het risico. Want hoe meer gesprekken je hebt gevoerd, hoe sneller je denkt: ik weet al waar dit heengaat. Maar luisteren gaat niet over weten; luisteren gaat over aanwezig blijven bij wat zich op dat moment aandient, zonder het in te kleuren of te versnellen.
Dat is geen techniek, dat is een keuze. En het blijft een oefening.
Kunst helpt me om die oefening aan te blijven gaan
Niet omdat kunst mij iets uitlegt, maar juist omdat het dat níet doet. Kunst vraagt geen antwoord; het geeft er ook geen. Het is er gewoon. En daarin zit precies wat ik in gesprekken ook nodig heb: het vermogen om stil te blijven in het niet-weten, zonder er meteen iets van te willen maken.
Als ik voor een werk sta dat me raakt, of juist niets met me doet, voel ik dezelfde reflex als in een gesprek. Ik wil zo goed mogelijk begrijpen, duiden, een verhaal maken. Maar bij kunst kan dat vaak niet, en dat is precies wat me traint. Ik blijf kijken, ook als ik het niet snap; ik blijf aanwezig, ook als ik er niets mee kan. Dat is waar de oefening zit.
Bescheidenheid is niet jezelf kleiner maken
In gesprekken betekent luisteren ook: weten dat het niet om jou draait. Dat jouw interpretatie misschien niet helpt; dat jouw snelheid de ander kan afsnijden. Bescheidenheid is dan ook geen vorm van jezelf wegcijferen, maar van weten wanneer je ruimte moet laten.
En ja, dat schuurt soms. Zeker in een rol waarin mensen iets van je verwachten. Maar ik heb geleerd dat de grootste bijdrage soms juist ligt in wat je niet doet. Geen duiding geven, geen richting opdringen, geen tempo bepalen; gewoon blijven, en het laten ontstaan.
Geen methode, maar houding
Er zijn meer dan genoeg modellen en tools in dit werkveld; ze zijn nuttig, maar ze lossen het echte werk niet voor je op. Luisteren is geen techniek die je even inzet, het is een houding die je voortdurend beoefent. Een manier van in het gesprek staan, zonder haast, zonder oordeel, zonder de behoefte om het al te snappen.
Daarom zoek ik die houding ook buiten het werk. In kunst, in muziek, in literatuur. In ervaringen waar ik niets hoef te doen, behalve aanwezig zijn. Waar ik geraakt mag worden zonder meteen iets te begrijpen.
Het blijft oefenen, ook na 34 jaar
Ik weet inmiddels: ik leer dit nooit ‘helemaal’. Want hoe meer ervaring ik opbouw, hoe sneller ik denk dat ik het weet. Juist daarom moet ik mezelf blijven bevragen en vertragen. Kunst helpt me om dat te blijven doen; het haalt me uit mijn automatische stand en brengt me terug naar wat echt nodig is.
Zodat ik in mijn werk, ook in de gesprekken die er het meest toe doen, weer kan doen wat soms het moeilijkst is: aanwezig zijn, zonder in de weg te staan.
Kunst: Rust and blue – Mark Rothko


