Het niet-weten

Soms kom je een boek tegen dat meer doet dan alleen je hoofd vullen met gedachten. Het vertraagt je, laat je even stilstaan en opent deuren waarvan je niet wist dat ze bestonden. Zo ervoer ik ‘Op een andere planeet kunnen ze me redden’ van Lieke Marsman. Een boek dat tegelijk persoonlijk en universeel is, waarin ze haar eigen kwetsbaarheid moedig deelt, verweven met inzichten over leven, dood en alles daartussenin.

Eén van de mooiste bevestigingen die me bijbleven, is het belang van het omarmen van onzekerheid. Marsman nodigt uit om niet altijd meteen antwoorden te zoeken, maar juist ruimte te geven aan het niet-weten. Hoe moeilijk het ook kan zijn, die openheid maakt ons leven rijker en milder.

Ook hoop speelt een essentiële rol in haar verhaal. In het aangezicht van haar ziekte kiest ze bewust voor hoop, zelfs als die bijna onrealistisch lijkt. Ze herinnert ons eraan dat hoop altijd verkieslijk is boven apathie, en dat juist daarin de kracht ligt om betekenis te vinden.

Marsman neemt je mee op haar zoektocht naar bredere perspectieven: van filosofie en spiritualiteit tot kwantummechanica en zelfs het bestaan van buitenaards leven. Ze schrijft ook over haar geloof in God, waarbij ze niet dogmatisch is maar God eerder ziet als een kracht die verbindt en ruimte biedt voor het mysterie van het bestaan. Daarbij haalt ze denkers aan als Blaise Pascal en William James, die eveneens ruimte bieden voor twijfel en onzekerheid als wezenlijk onderdeel van geloof. Vooral Pascals bekende inzet (“wager”) fascineert haar, waarin hij betoogt dat geloven in God rationeler is dan niet geloven, omdat je in ieder geval niets verliest en mogelijk alles te winnen hebt. Voor Marsman is dit niet slechts een praktische keuze, maar ook een symbolische daad van overgave aan het onzekere.

Daarnaast haalt ze Robert Musil aan, die schrijft: “Als werkelijkheidszin bestaat, dan moet mogelijkheidszin ook bestaan.” Hiermee benadrukt Marsman dat onze verbeeldingskracht en het vermogen om te dromen net zo waardevol zijn als rationeel denken en feitelijke kennis.

Verder zet Marsman mij aan het denken over de manier waarop we tegenwoordig naar efficiëntie kijken. In een wereld die gericht lijkt op rendement en productiviteit, herinnert ze ons aan de kracht van verwondering, verbeelding en kunst. Misschien hebben we juist méér ruimte nodig voor het onmeetbare en het ongrijpbare.

Marsmans boek voelt als een liefdevolle uitnodiging om je eigen overtuigingen te bevragen, vooral als het leven wankelt. En misschien, heel misschien, ligt precies daar onze grootste kracht.