Een leven dat denkt
De mens Emmanuel Levinas (Deel 2/24)
Ik ben meerdere keren samen met mijn partner naar Parijs gereisd om de voetsporen van Levinas te zoeken. De eerste keer naar zijn graf op het Cimetière Parisien de Pantin, ten noordoosten van de stad. Vanaf de ingang een enorm lange wandeling. Een latere keer naar de Place Emmanuel-Levinas in het 5e arrondissement, een klein driehoekig plein vlak bij de Sorbonne, ingewijd in 2006 bij zijn honderdste geboortedag. En meest recent naar de Rue Michel-Ange, waar de school staat die hij decennialang leidde, en naar het huis waar hij woonde.
In deel 1 introduceerde ik hem kort. Vandaag wil ik de tijd nemen om Emanuelis, zoals hij bij zijn geboorte heette, als mens meer te laten leven, want zijn denken is volgens mij moeilijk goed te begrijpen als u niet weet vanuit welke werkelijkheid het is ontstaan.
Thanks for reading De kunst van Luisteren! Subscribe for free to receive new posts and support my work.
Kaunas, 1906
Emmanuel Levinas, zoon van Jehiel Levinas en Dveira Levinas, wordt op 12 januari 1906 geboren in Kaunas, het toenmalige Kovno, in Litouwen, dat destijds deel uitmaakte van het Russische tsarenrijk. Zijn ouders drijven een boekhandel. Thuis wordt gelezen: de Hebreeuwse Bijbel, maar ook Poesjkin, Dostojevski, Tolstoj en Gogol. Levinas beschouwt die Russische romanliteratuur later als een van zijn belangrijkste prefilosofische bronnen.(1)
De grote Russische schrijvers, en Dostojevski in het bijzonder, leerden hem dat schuld, verantwoordelijkheid en de Ander geen abstracties zijn maar vlees en bloed. Hij zal hen zijn leven lang blijven citeren.
Als in 1914 de Eerste Wereldoorlog uitbreekt, vertrekt het gezin naar Charkov in Oekraïne. De jonge Emmanuel maakt er als twaalfjarige de Russische Revolutie mee. In 1920 keert de familie terug naar Kaunas. In 1923 vertrekt Levinas naar Straatsburg om filosofie te studeren.(1)
Straatsburg, Freiburg en de fenomenologie
In Straatsburg ontmoet Levinas in 1926 Maurice Blanchot, schrijver en denker, aanvankelijk een nationalist met antisemitische sympathieën die hij later achter zich laat. Tussen beiden ontstaat een levenslange vriendschap, met ook een duidelijke verwantschap in denken, die later onder meer zichtbaar wordt rond het il y a. (8)
In 1928 reist Levinas naar Freiburg im Breisgau, waar hij college volgt bij Edmund Husserl.(1) De fenomenologie, het nauwkeurig beschrijven van hoe de werkelijkheid zich aan het bewustzijn toont vóór alle theorie en vooroordeel, laat een onuitwisbare indruk achter. Maar het is Heidegger die hem ronduit overweldigt. Sein und Zeit, in 1927, heeft de filosofische wereld opgeschud, en Levinas behoort tot de eersten die het belang ervan begrijpen. Later schrijft hij dat wie Heidegger heeft gelezen nooit meer op dezelfde manier kan denken.(1)
Tegelijkertijd groeit het ongemak. Heideggers filosofie centreert het bestaan rondom het eigen zijn, de Dasein, het wezen dat zijn eigen zijn te dragen heeft. Voor Levinas ontbreekt daarin iets essentieels: de Ander. Die spanning met Heidegger wordt later een van de drijvende krachten achter zijn eigen filosofie. Meer hierover in het volgende deel.
De politieke keuze van Heidegger in 1933, zijn aansluiting bij het nationaalsocialisme en zijn rectoraat aan de Universiteit van Freiburg, treffen Levinas diep. In een bekende uitspraak, “Il est difficile de pardonner à Heidegger”, schrijft hij later dat hij Heidegger moeilijk kan vergeven. Tegelijkertijd erkent hij dat zijn werk filosofisch onmisbaar blijft. (7) Die spanning blijft zijn verhouding tot Heidegger tekenen.
Raïssa
In de zomer van 1932 trouwt Emanuelis in Kaunas met zijn vroegere jeugdliefde Raïssa Levi. Raïssa is een begaafde pianiste die na haar huwelijk haar studie voortzet aan het Parijse Conservatorium.(1) Samen krijgen zij Simone, geboren in 1935, daarna Andrée Éliane, die jong overlijdt, en in 1949 Michaël, die later componist en pianist wordt.(6) Die lijn van Raïssa’s pianospel naar het werk van haar zoon zegt volgens mij iets over het huis waarin hij opgroeide, een huis waar muziek en denken naast elkaar leefden. Over Raïssa schrijft en spreekt Levinas weinig in het openbaar. Maar zij is er altijd.
Parijs en de Alliance Israélite Universelle
In 1930 vertrekt Levinas naar Parijs en zet hij zijn studie voort aan de Sorbonne. In deze jaren raakt hij ook verbonden met de Alliance Israélite Universelle, een organisatie die al in de negentiende eeuw werd opgericht om het onderwijs en de emancipatie van joodse gemeenschappen in landen rond de Middellandse Zee te bevorderen. Levinas werkt er als surveillant, leraar en secretaris.(1)
In deze Parijse jaren neemt hij ook deel aan de zaterdagmiddagbijeenkomsten bij Gabriel Marcel, de Franse filosoof die het thema van beschikbaarheid en aanwezigheid op geheel eigen wijze uitwerkt. (1) Die ontmoetingen laten sporen na. Later in deze reeks kom ik terug op de verwantschap én het verschil tussen Levinas en Marcel.
De oorlog
In 1939 wordt Levinas gemobiliseerd als tolk Duits en Russisch voor het Franse leger. Al in mei 1940 wordt hij krijgsgevangen gemaakt. Wat volgt is geen rechttoe rechtaan transport naar Duitsland, maar een vreemde tussenperiode van bijna twee jaar. (2)
De Duitsers weten niet goed wat ze met hem aan moeten. Hij is Fransman, pas recent genaturaliseerd, joods en van litouwse afkomst. Als krijgsgevangen soldaat valt hij onder de Conventie van Genève en ontloopt daarmee de deportatie die het lot is van joodse burgers. Maar zijn status blijft onduidelijk genoeg om hem maandenlang van kamp naar kamp te sturen: Rennes, Laval, opnieuw Rennes, opnieuw Laval, dan Vesoul. Hij zit in Frontstalags, kampen die eigenlijk bedoeld zijn voor koloniale soldaten uit Noord-Afrika en Afrika, omdat Hitler niet wil dat zij naar Duitsland worden gebracht. Levinas bevindt zich daar als Europees-Joodse Fransman in een omgeving die vooral uit koloniale krijgsgevangenen uit Noord-Afrika en Afrika bestaat.(2)
In die kampen schrijft hij. Hij droomt ervan romanschrijver te worden en vult notitieboekjes met fragmenten, filosofische reflecties en schetsen van een roman. Later zal hij die literaire ambities laten varen. Hij wijdt zich volledig aan de filosofie. Maar die oorlogsjaren, de lange gedwongen stilte, de lectuur die hij anders nooit gedaan zou hebben, vormen hem diep. In zijn notitieboekjes noteert hij de namen van mensen in Rennes die hem hielpen: pakketjes stuurden, brieven schreven, hem ondersteunden. Hij probeert sommigen van hen na de oorlog terug te vinden. (2)
Pas in juni 1942 wordt Levinas overgebracht naar Stalag XI-B in Fallingbostel, tussen Bremen en Hannover, waar hij de rest van de oorlog doorbrengt als lid van een apart houthakkerskommando van zeventig Joodse soldaten.(2)
Raïssa en Simone doken onder bij vrienden, later bij religieuzen in het Franse Orléans en vervolgens in Parijs, en overleefden de oorlog. (1) (2) Zijn ouders, zijn twee jongere broers en zijn schoonouders overleven de oorlog niet.(1) (6)
Hij verneemt dit alles pas na de bevrijding. Na de oorlog zweert hij nooit meer een voet op Duitse bodem te zetten. Hij houdt zich daaraan.
De Talmoed en de school
Na de oorlog wordt Levinas directeur van de École Normale Israélite Orientale in Parijs, de lerarenopleiding van de Alliance Israélite Universelle, gevestigd in de rue Michel-Ange. Hij bekleedt die functie jarenlang, naast zijn filosofische werk. Het is geen bijbaan. In deze periode ontmoet hij ook Chouchani, een raadselachtige en buitengewoon geleerde Talmoedist die hem inwijdt in de geheimen van de Talmoeduitleg. (1) Die ontmoeting is bepalend. Vanaf 1957 geeft Levinas jaarlijks Talmoedlezingen op de bijeenkomsten van de Joodse intellectuelen van Frankrijk. Die lezingen, later gebundeld, zijn voor wie Levinas wil begrijpen even onmisbaar als zijn filosofische hoofdwerken.(4)
Het is hier dat ik op een ochtend heb gestaan. Samen met mijn partner werd ik warm ontvangen.

De academie en Derrida
Zijn academische carrière als hoogleraar begint relatief laat. Totalité et Infini (Totaliteit en Oneindigheid), waarmee hij in 1961 het staatsdoctoraat aan de Sorbonne behaalde, leidt tot een benoeming aan de universiteit van Poitiers, op zijn vijfenvijftigste. Later doceert hij aan Paris-Nanterre en van 1973 tot zijn emeritaat in 1976 aan de Sorbonne, op loopafstand van het plein dat later zijn naam zou dragen.(1) In die jaren bouwt hij een vriendschap op met Jacques Derrida, die hem als een van zijn belangrijkste voorgangers beschouwt. Als Levinas op 25 december 1995 overlijdt in Parijs, op negenentachtigjarige leeftijd, spreekt onder anderen Derrida een herdenkingsrede uit. Die tekst verschijnt later als Adieu à Emmanuel Levinas. (5)
In elk afscheid, zo vertelt Derrida, klinkt de verantwoordelijkheid voor de Ander door. Dat is een levinasiaanse gedachte, en daarmee een mooi eerbetoon.

Een leven als argument
Ik keer terug naar de vraag die deze reeks opende: wat gebeurt er met ons denken als de Ander werkelijk het middelpunt wordt, en niet wijzelf? Bij Levinas is die vraag dus niet theoretisch ontstaan. Ze is ontstaan in een leven waarin de Ander keer op keer voor hem stond: als de Russische schrijvers die hem leerden te lezen, als Raïssa, als zijn kinderen, als zijn familie, die hij verloor zonder afscheid, als de gevangene naast hem in het werkkamp, als de studenten die hij jaar in jaar uit onderwees.
Die biografische lijnen verklaren zijn filosofie niet rechtstreeks, maar ze laten wel zien binnen welke historische en existentiële context zijn vragen zijn ontstaan.
En misschien is dat al een eerste antwoord op de vraag waarmee ik deze reeks opende. Als de Ander werkelijk het middelpunt wordt, begint dat niet met een theorie maar met een leven dat zich laat vormen door wie er voor je staat.
Volgende keer ga ik dieper in op de fenomenologie: de filosofische traditie waarin Levinas werd gevormd, wat hij ervan overnam, en waar hij fundamenteel afweek. Want zonder die achtergrond blijven de kernbegrippen van zijn werk ergens hangen.
Noten
(1) Duyndam, J. & Poorthuis, M. (2003). Levinas. Rotterdam: Lemniscaat.
(2) Guitton, G. (2015). Emmanuel Levinas, krijgsgevangene in Rennes. Place Publique Rennes, 33, januari-februari 2015. Geraadpleegd via http://www.placepublique-rennes.com/article/Emmanuel-Levinas-prisonnier-de-guerre-a-Rennes-1
(3) Levinas, E. (1991). Otherwise than Being or Beyond Essence. Dordrecht: Kluwer.
(4) Levinas, E. (1990). Nine Talmudic Readings. Bloomington: Indiana University Press.
(5) Derrida, J. (1999). Adieu to Emmanuel Levinas. Stanford: Stanford University Press.
(6) My Heritage
(7) https://shs.cairn.info/revue-le-coq-heron-2002-4-page-57?lang=fr
(8) Sealey, K. The ‘face’ of the il y a: Levinas and Blanchot on impersonal existence DOI 10.1007/s11007-013-9266-9




